Welsche Legendes.

 

De werken van Rhiannon.

 

Op een dag zat een held van koninklijke bloede met de naam Pwyll (uitgesproken als Poe-il), prins van Dyfed en koning van Annwyn, op een magische heuvelhelling in de buurt van zijn kasteel, toen hij een wonderbaarlijk tafereel aanschouwde. Voor hem verscheen een beeldschone vrouw, in een glanzende gouden mantel gehuld en gezeten op een groot wit paard. Ze scheen rustig en langzaam op hem toe te rijden, maar net buiten zijn bereik. Hij stuurde dadelijk een van zijn mannen te voet achter haar aan, maar de vrouw verdween. De volgende dag ging Pwyll weer op de heuvel zitten, en daar verscheen ze opnieuw. Hij stuurde de snelste ruiter uit zijn koninkrijk op haar af. Maar reed de ruiter snel, zij reed nog sneller, en reed hij langzaam, dan ging zij ook langzamer rijden, maar net buiten zijn bereik. De derde dag probeerde Pwyll zelf haar in te halen, maar opnieuw liep, hoezeer hij zijn paard ook aanspoorde, dat van de geheimzinnige vrouw nog harder. In zijn wanhoop riep Pwyll haar toe om toch alsjeblieft te blijven staan. Ze trok onmiddellijk de teugels aan om haar paard tot staan te brengen en zei tegen Pwyll: 'Je hoede het alleen maar te vragen.' Ze stelde zich voor als Rhiannon, dochter van Hefaidd de Oude. Ze zei dat ze verloofd was met een man van wie ze niet hield en dat ze naar de betoverde heuvel was gereden om Pwyll tot haar man te kiezen. Pwyll stemde graag met deze regeling in, want Rhiannon was de mooiste vrouw die hij ooit had gezien. Ze beloofden elkaar een jaar en een dag later bij haar vaders kasteel te ontmoeten. Pwyll arriveerde op de afgesproken tijd en werd met een groots feestmaal ontvangen. Tijdens het banket kwam een bedelaar binnen die Pwyll vroeg hem een wens toe te staan. Pwyll was zo dom te antwoorden dat hij hem elke wens zou toestaan die hij vervullen kon. Daarop wierp de bedelaar zijn vermomming af en maakte zich bekend als Rhiannons ongewenste huwelijkskandidaat.' Ik ben Gwawl, zoon van Clud, en ik eis Rhiannon als mijn bruid,' schreeuwde hij? Rhiannon stond verbijsterd over Pwylls naïviteit. 'Nu moet je je belofte vervullen,' zei ze, 'of je verliest je gezicht.' Pwyll weigerde, maar Rhiannon hield aan, waarbij ze Pwyll verzekerde dat ze nooit zover zou gaan om met Gwawl te trouwen; en dus stond Pwyll de 'bedelaar' zijn wens toe. Een jaar later zaten Rhiannon en Gwawl samen aan een feestmaaltijd, maar Pwyll wachtte in het geheim buiten het kasteel met zijn mannen, in navolging van Rhiannons instructies. Midden onder de maaltijd kwam Pwyll in vermomming binnen, zoals Gwawl daarvoor had gedaan, en vroeg Gwawl om een gunst. Hij had een leren buidel bij zich die Rhiannon hem had gegeven, met aanwijzingen hoe hij het ding moest gebruiken. Pwyll vroeg Gwawl de toverbuidel te vullen met voedsel, en Gwawl wilde hem deze redelijke wens wel toestaan. Maar hoe meer hij in de buidel stopte, hoe meer ruimte er in leek te zijn. Pwyll zei dat de buidel nooit vol zou geraken tenzij een man met een koninklijk voorkomen in de buidel stapte om het voedsel erin te stampen. Aangemoedigd door Rhiannon stapte Gwawl in de buidel en vier erin, waarna Pwyll stemde er pas in toe hem eruit te laten nadat Gwawl van alle aanspraken op Rhiannon had afgezien en had beloofd geen wraak te zullen nemen. Pwyll en Rhiannon trouwden en leefden drie jaar heel gelukkig, afgezien van het feit dat Rhiannon maar niet zwanger wilde worden en Pwylls landgenoten hem onder druk zetten om een troonopvolger te komen. Gelukkig schonk Rhiannon een jaar later het leven aan een zoon. In de nacht van zijn geboorte vielen zes vroedvrouwen , die geacht werden oor Rhiannon en het jongetje te zoregen, in slaap. Toen ze wakker werden was de baby verdwenen. Voor hun leven vrezend,  besloten de vrouwen Rhiannon ervan te beschuldigen dat ze haar eigen kind had opgegeten. Voor het licht werd doodden ze een nest jonge hondjes en smeerden Rhiannon in met het bloed. Toen ze wakker werd ontkende Rhiannon in tranen en dodelijk ongerust over haar zoontje de beschuldigingen van de vroedvrouwen. Maar de vrouwen hielden vol dat ze haar kind levend hadden zien verslinden. Rhiannon was verloren en werd veroordeeld om bij de Poort van de Grote Burcht te gaan staan, onder een juk, zoals een paard. Iedere keer dat iemand naar binnen wilde moest ze deze haar geschiedenis vertellen en daarna op haar rug het gebouw in dragen. De nacht waarop Rhiannon haar zoontje werd ontvoerd, vond een man in Pwylls koninkrijk, die Tiernon heette, toen hij naar zijn stal terugkeerde na achter een paardendief aan te zijn geweest daar tot zijn verbijstering een in satijnen dekentjes gewikkelde baby. Hij en zijn vrouw besloten het kleintje als hun eigen kind groot te brengen. Het jongetje groeide ongewoon snel, en al gauw merkten ze de gelijkenis met Pwyll en zijn grote liefde voor paarden op. Tiernon herinnerde zich ook dat op dezelfde nacht dat hij de baby had gevonden Rhiannons geliefde zoontje was weggehaald. Zijn vergissing beseffend, bracht Tiernon de jongen naar de Grote Burcht om zijn verhaal te doen. Hij weigerde zich op Rhiannons rug naar binnen  te laten dragen en liep de Burcht binnen om Pwyll te vertellen wat er naar zijn idee was gebeurd. Alle aanwijzingen waren het erover eens dat dit inderdaad Rhiannons verloren zoontje was. Rhiannon werd van haar straf ontslagen en kreeg haar zoontje terug. Ze omhelsden elkaar inning en zoete vreugdetranen schreiend zei Rhiannon: 'Nu is eindelijk mijn ellende voorbij.

 

Einde.

 

Verder
Copyright © 2007-2011 Spirituele Praktijk "De Druïde". All Rights Reserved.