De Geschiedenis van de Wicca.
 

Het is uiteraard een lang verhaal, maar zeer de moeite waard om het te lezen. Alvorens ons bezig te houden met wat hekserij is, verdient het misschien aanbeveling eerst eens te kijken naar wat het was: de geschiedenis ervan. Heksen moeten weten wat hun wortels zijn, weten hoe en waarom de vervolgingen ontstonden, bijvoorbeeld en waar en wanneer de heropleving plaatsvond. We kunnen heel veel leren van het verleden. Het klopt dat veel van de geschiedenis droge en saaie kost lijkt voor velen van ons, maar dat is zeker niet het geval met de geschiedenis van de hekserij . Die is zeer levendig en vol spanning. Vijfentwintigduizend jaar geleden was de mens afhankelijk van de jacht om te overleven. Alleen een geslaagde jacht leverde hem voedsel om te eten, huiden voor warmte en beschutting, beenderen waarvan hij gereedschap en wapens kon maken. In die tijd geloofden de mensen in velerlei goden. De natuur was overweldigend. Uit ontzag en respect voor de huilende wind, de hevige bliksem, de ruisende revieren, schreven de mensen aan al die dingen een geest toe, maakten ze elk ervan tot een godheid... een god. Dat is wat wij animisme noemen. Een god beheerste de wind. Een god beheerste de hemel. Een god beheerste de wateren. Maar in de eerste plaats heerste een god over de hoogst belangrijke jacht.... Een God van de jacht. De meeste dieren waar op werd gejaagd, waren gehoornd, dus werd de God van de jacht afgebeeld als een gehoornd wezen. Het was in die tijd dat de magie vermengd raakte met die eerste onzekere stappen van religie. De vroegste vorm van magie was waarschijnlijk de sympathetische variant. Gelijksoortige dingen, zo dacht men, hebben gelijksoortige effecten: gelijke dingen trekken elkaar aan (soort zoekt soort). Als er een levensgroot klei model van een bizon werd gemaakt, dat vervolgens werd aangevallen en "gedood", dan zou een jacht op de echte bizon eveneens eindigen in het doden ervan. Het religieus magische ritueel werd geboren toen een van de holbewoners een huid om zijn schouders gooide en een masker met een gewei opzette en zo de rol van de God van de Jacht speelde, die de aanval leidde. Er bestaan nog grotschilderingen van dergelijke rituelen, naast de met speren doorboorde klei modellen van bizons en beren.


"Cernunnos" de gehoornde god

 Naast de God van de Jacht was er een Godin, maar wie er eerst was (of dat ze tegelijkertijd ontstonden) weten we niet en is irrelevant. Als er dieren waren om op te jagen, dan moest er ook de vruchtbaarheid van de dieren zijn Als de stam moest voortbestaan (en het sterftecijfer was hoog in die tijd), dan moest er ook vruchtbaarheid van de mens zijn. Ook hierbij speelde sympathetische magie een rol. Er werden klei modellen gemaakt van parende dieren en in een begeleidend ritueel copuleerden de leden van de stam. Er bestaan nog veel uit hout gesneden en uit klei gevormde figuren van de vruchtbaarheidsgodin. Ze zijn algemeen bekend als Venusbeeldjes en de Venus van Wilendorf is een van de bekendste ervan. Andere voorbeelden zijn onder meer de Venus van Laussel en de Venus van Sireuil en die van Lespugne. Ze hebben allemaal met elkaar gemeen dat de vrouwelijke attributen ervan sterk overdreven zijn.


Cerridwen

Botticelli's geboorte van Venus, is goed te gebruiken op je altaar i.p.v. de Godin Freya, want hier zijn helaas bijna geen afbeeldingen van te vinden.


Botticelli's geboorte van Venus

Ze hebben zware, hangende borsten, dikke billen en vaak een gezwollen buik - alsof ze zwanger zijn - en overdreven genitaliën. Er is zonder uitzondering een totaal gebrek aan identiteit in de rest van het lichaam. Het gezicht is niet uitgewerkt en de armen en benen, als die er al zijn, worden nauwelijks aangeduid. De reden is dat de mens zicht uitsluitend bezighield met het vruchtbaarheidsaspect.


Venus van Willendorf

De vrouw was de draagster en voedster van de jongen. De godin was haar voorbeeld als de Grote Voedster en Troosteres: Moeder Natuur of Moeder Aarde. Met de ontwikkeling van de landbouw kwam er een verdere verheffing van de Godin. Zij waakte nu over de vruchtbaarheid van de oogst evenals die van de stam en van de dieren. Het jaar werd in die tijd door de natuur in twee helften verdeeld. In de zomer kon er voedsel worden gekweekt en overheerste zodoende de Godin. In de winter moest de mens overgaan op de jacht en dus overheerste dan de God. De andere godheden (van de wind, de donder, de bliksem enzovoort) raakten langzamerhand op de achtergrond en waren nu van secundair belang.


Moedergodin

Met de ontwikkeling van de mens ontwikkelde zich ook de religie: want dat was het geworden, langzaam en op natuurlijke wijze. De mens verspreidde zich over Europa en nam de goden met zich mee. Toen er verschillende landen ontstonden, kregen de God en Godin ook verschillende namen (hoewel niet altijd totaal verschillend; soms waren het eenvoudige variaties op dezelfde naam), maar in wezen waren ze dezelfde godheden. Dit wordt duidelijk geïllustreerd in Brittannie, waar men in het zuiden van Engeland Cernunnos aantreft (letterlijk: de Gehoornde). In het noorden is dezelfde god bekend als Cerne een verkorte vorm. En in weer een ander gebied werd de naam Herne.


Cernunnos

Tegen deze tijd had de mens niet alleen geleerd voedsel te kweken, maar ook op te slaan voor de winter. Hierdoor werd de jacht minder belangrijk. De Gehoornde God werd nu meer beschouwd als een God van de natuur in het algemeen en een God van de Dood en wat daarna komt. De Godin stond nog steeds voor vruchtbaarheid en ook voor wedergeboorte, want de mens had een geloof ontwikkeld in een leven na de dood. Dit wordt aangetoond door de begrafenisgebruiken uit die tijd. De mensen van la Gravette (22.000-18.000 v.o.j.) waren op dit gebied vernieuwers. Zij begroeven hun doden volledig gekleed en met al hun versierselen en besprenkelden ze met rode oker (hematiet of ijzeroxide), om hun het uiterlijk van een levende terug te geven. Vaak werden familieleden onder de haard begraven opdat ze dicht bij de familie bleven. Een man werd begraven met zijn wapens: misschien zelfs met zijn hond: kortom met alles wat hij nodig zou kunnen hebben in het hiernamaals.


Met de ontwikkeling van verschillende rituelen - voor vruchtbaarheid, voor succes bij de jacht, voor de behoeften die hoorden bij de jaargetijden - ontwikkelde zich noodzakelijkerwijs een priesterschap: een kleine groep uitverkorenen die beter in staat waren voor resultaten te zorgen als ze de rituelen leidden. In sommige gebieden van Europa (hoewel waarschijnlijk niet zo wijd verbreid als Murray veronderstelde) werden deze rituele voorgangers, of priesters en priesteressen, bekend als de Wicca (Wicca=m, Wicce=v. Soms ook gespeld als Wica of Wita) de Wijzen. Tegen de tijd dat de Angelsaksische koningen heersten in Engeland, zou de koning het niet in zijn hoofd halen in zaken van belang te handelen zonder de Witan te raadplegen: de Raad van Wijzen. En die Wicca moesten inderdaad wijs zijn. Zij leidden niet alleen de religieuze riten, maar bezaten ook de kennis van de kruidenleer, magie en divinatie; zij moesten zowel dokter, rechter, magiër als priester zijn. Voor de mensen waren de Wicca gevolmachtigden tussen hen en de goden. Maar tijdens de grote festiviteiten werden ze zelf bijna gelijk aan de goden. Een poging tot massabekering werd gedaan door paus Gregorius de Grote. Hij dacht dat een van de mogelijkheden om de mensen naar de nieuwe christelijke kerk te krijgen, was deze te bouwen op de plek van de oude tempels, waar mensen gewend waren om in gebed bijeen te komen. Hij gaf zijn bisschoppen de opdracht alle "afgodsbeelden" te vernietigen en de tempels te besprenkelen met wijwater en ze opnieuw te wijden. Voor een groot deel had Gregorius hierbij succes. Maar de mensen waren niet zo onnozel als hij dacht. Toen de eerste christenkerken werden gebouwd, waren de enige ambachtslieden die ze konden bouwen onder de heidenen zelf te vinden. Bij de versiering van de kerken voegden deze steenhouwers en houtbewerkers heel slim figuren van hun eigen godheden ertussen. Op deze manier konden de mensen, ook al werden ze gedwongen de kerken te bezoeken, nog altijd hun eigen goden vereren. In 1604 vaardigde koning Jacobus I zijn wet op de hekserij uit, maar deze werd in 1736 afgeschaft. Hij werd vervangen door een wet die stelde dat er niet zoiets als hekserij bestond en dat iemand die pretendeerde over occulte vermogens te beschikken vervolgd kon worden wegens oplichting. Tegen het eind van de zeventiende eeuw waren de overlevende leden van de hekserij ondergronds gegaan. Gedurende de volgende driehonderd jaar leek de hekserij van de aardbodem te zijn verdwenen. Maar een religie die twintigduizend jaar had bestaan, hield uiteraard niet zo eenvoudig op te bestaan. In kleine groepen - covens die in stand waren gehouden, vaak alleen bestaande uit familieleden - bleef de hekserij bestaan.


 

Wat is wicca?

De 13 doelen van de Wicca.

Soloheksen.

Heksen en Wicca.

Hoe wordt je een Wiccan.

Het gebruik van magisch gereedschap.

3 Types Heksen.

 

Home.

Copyright © 2007-2011 Spirituele Praktijk "De Druïde". All Rights Reserved.